Problemen heupprothese 

Hebt u problemen met uw heupprothese? Houdt u pijn? Is uw heup al een paar keer uit de kom gegaan? Is of blijft de heup ontstoken? Gaat uw heup na een tijd goed functioneren weer pijn doen? Wij hebben een speciaal spreekuur voor protheseproblemen. Bovendien zijn wij in de regio een erkend tertiair verwijscentrum voor patiënten met problemen van hun knie- of heupprothese, bijvoorbeeld een chronische infectie. Met een verwijzing van uw huisarts kunt u bij ons hiervoor een afspraak maken. Samen met u maken we dan een behandelplan op maat.

Meer weten? Hier vindt u aanvullende informatie:

Folder Revisie van een heupprothese Catharina Ziekenhuis

Special protheseproblemen in Zorg voor Beweging 2016

Specialisten voor problemen met een heupprothese: 

Aandoening en mogelijke behandelingen 

Oorzaken

 

Als een patiënt met een heupprothese klachten aan die heup heeft, is daar vaak wel een oorzaak voor. De oorzaak kan bij de prothese zèlf worden gevonden, maar kan ook rónd de prothese zijn gelegen. Soms kan er ook een combinatie van oorzaken zijn.

 

Oorzaken bij de prothese kunnen zijn:

  • uit de kom schieten (luxatie)
  • beenlengteverschil
  • infectie
  • slijtage van de plastic component
  • verkeerde plaatsing of positie

 

Oorzaken rond de prothese kunnen zijn:

  • zenuwuitval
  • verlittekende slijmbeurs aan de zijkant van de heup
  • botvorming in de spieren rond de prothese
  • irritatie/zwakte van spieren of pezen

 

Ook kan het wel eens voorkomen dat na het plaatsen van een heupprothese de oorsprónkelijke heupklachten in het geheel niet zijn veranderd. In dat geval zou de oorzaak van de klachten wel eens niet aan de heup kunnen liggen, maar bijvoorbeeld aan de omliggende spieren, pezen en/of gewrichten. Zodra wordt vastgesteld dat er geen probleem met de heupprothese is, is een hersteloperatie eigenlijk nooit zinvol.

 

Symptomen

 

Meestal bevindt de pijn zich in de lies, de voorzijde van het bovenbeen of diep in de bil. De pijn kan hetzelfde voelen als toen de eigen heup aan het slijten was. Bij slijtage van een prothese kunnen de slijtagedeeltjes ervoor zorgen dat de verankering van de prothese verzwakt of geheel loslaat.

 

Pijn die zich bevindt aan de buitenkant (zijkant) van de heup, kan te maken hebben met de plaatsing van de heupprothese. Oorzaken hiervoor kunnen zijn: beenlengteverschil, verbreding van de heup of het littekenweefsel.

 

Als er een instabiliteit van de heupprothese is, kan deze uit de kom schieten. Soms kan instabiliteit ook alleen een subtiel gevoel van klikken of verschieten geven, zonder dat de prothese ècht uit de kom gaat.

 

Een acute infectie van een heupprothese uit zich meestal heel duidelijk. Symptomen hiervan kunnen zijn: toenemende roodheid of verdikking van het litteken, open staande wond, aanhoudende of plotseling ontstane vochtlekkage uit de wond of hte litteken, verdikking, koorts en/of ziek voelen of zelfs pusafvloed uit de wond of het litteken, koorts en/of ziek voelen.

 

Een chronische infectie kan zich veel subtieler uiten. Deze infecties kunnen langdurig op een heel laag pitje bestaan. Hierbij zijn patiënten meestal niet koortsig of ziek.

 

Bijna al deze symptomen komen naar voren in de vragenlijsten (PROM's) die u voor en na de heupoperatie invult of hebt ingevuld. Als deze scores dus niet naar behoren toenemen of na de operatie zelfs gaan afnemen, kan dit dus wijzen op een probleem met uw heupprothese.

 

Lichamelijk onderzoek

 

Op de polikliniek beoordeelt de orthopedisch chirurg het looppatroon, het litteken, de beenlengte en de spierkracht rond de heup. Ook wordt de beweeglijkheid van de heup en de omliggende gewrichten bekeken. Daarnaast wordt ook gelet op het gevoel en de spierkracht van de voet, om een eventueel zenuwletsel op te sporen. Ook een goede bloedvoorziening is van belang.

 

Diagnostiek

 

Aanvullende diagnostiek (onderzoek) is vaak nodig om tot de oorzaak van de klacht te komen. Hieronder staan veel verschillende mogelijkheden van diagnostiek beschreven. Meestal is het niet nodig om deze allemáál te ondergaan.

 

Röntgenfoto's

Deze worden altijd gemaakt om zo een goed beeld te krijgen van de heupprothese. De stand van de prothese is hierop meestal al goed in te schatten. Het eventueel oplossen (verdwijnen) van bot is ook te zien.

 

Bloedonderzoek

Dit zegt iets over de ontstekingsactiviteit in het lichaam. Eventuele afwijkingen in bloedonderzoek hoeven echter niet per sé door de pijnlijke heup te komen. Daarnaast kan een heupprothese, ondanks normale bloedwaarden, nog steeds los blijken te zitten of zelfs geïnfecteerd zijn.

 

Botscan (skeletscintigrafie)

Hierbij wordt een radio-actieve stof (tracer) gebruikt om de activiteit van het bot en de doorbloeding rondom de prothese in kaart te brengen. In de eerste periode na de plaatsing van een prothese (tot soms wel járen) is er altijd activiteit te zien. Een positieve scan betekent dus niet altijd dat de prothese los zit. Daarnaast kan maar moeilijk onderscheiden worden of er sprake is van een 'steriele' ontsteking (door slijtagedeeltjes) of van een bacteriële ontsteking (zoals bij infectie).

 

CT-scan

Deze scan gebruikt röntgenstralen en kan hiermee het bot in 3D (driedimensionaal) in beeld brengen. Dit kan helpen om het resterende bot rond de prothese in beeld te brengen en om de exacte stand van de prothesecomponenten te bepalen.

 

'Doorlichting'

Soms is het nodig om de heup op de operatiekamer te onderzoeken. Hier kan bijvoorbeeld onder röntgendoorlichting worden gekeken in welke mate de heup instabiel is. Dit gebeurt natuurlijk onder verdoving, zodat de heup ook meteen weer in de kom kan worden gezet. Een ander voorbeeld is het puncten (aanprikken) van de heup. Op de operatiekamer kan onder steriele omstandigheden de heupprothese worden aangeprikt om vocht uit de heup te halen. Dit kan vervolgens worden onderzocht op ontstekingsactiviteit of aanwezigheid van bacteriën. Voor deze punctie is meestal geen verdoving nodig.

 

Behandeling

 

De behandeling van een protheseprobleem is maatwerk. Eerst moet de oorzaak van het probleem worden achterhaald, waarna een behandelvoorstel kan worden gedaan. Soms zijn er oplossingen waarvoor geen nieuwe operatie nodig is. Een voorbeeld is een hakverhoging onder het kortere been. In sommige gevallen is het echter noodzakelijk om een nieuwe operatie uit te voeren. Dit kan het geval zijn bij ernstige infecties, dreigende botbreuken of standafwijkingen/-problemen van de prothese.

 

In de meeste gevallen hoeft niet de héle heupprothese te worden vervangen. Dan kan bijvoorbeeld alleen het vervangen van de heupkom voldoende zijn. De operatie is daarmee wat kleiner, hoewel nog steeds vergelijkbaar met de eerste heupprotheseplaatsing. Het vervangen van de prothesesteel (het deel in het bovenbeensbot) is doorgaans wat lastiger en heeft ook meer risico's. In ongeveer een kwart van de gevallen moet zowel de kom als de steel worden vervangen.

 

Hersteloperatie vanwege infectie

 

Voor de behandeling van prothese-infecties zijn er verschillende opties. De meest voorkomende is de zogenaamde 'two-stage revisie'. Hierbij worden in de eerste operatie zo veel mogelijk alle niet-lichaamseigen materialen (metaal, plastic, botcement) verwijderd. Als het mogelijk is, wordt vervolgens een tijdelijke 'spacer' (letterlijk: ruimtehouder) van botcement geplaatst in de plaats van de oorspronkelijke prothese. Hierna vindt een intensieve antibioticakuur van 6 weken plaats. De bedoeling is om daarna een nieuwe heupprothese terug te plaatsen. Hierna gaat de antibioticakuur nog eens 6 weken door.

 

In sommige gevallen is het ook mogelijk om de infectie in één operatie (‘one-stage’) te behandelen. Dit is echter van verschillende factoren afhankelijk, zoals: type bacterie, toestand van de huid, uitgebreidheid van de infectie en botverlies. De slagingskans van de 'two-stage' benadering is ongeveer 15% groter dan die van een 'one-stage' benadering. Het voordeel van een 'one-stage' benadering is echter dat u sneller kunt starten met revalideren. Hierdoor is het verlies van uw conditie veel kleiner.

 

Andere hersteloperaties

 

Ook bij hersteloperaties waarbij op voorhand niet wordt uitgegaan van een infectie als oorzaak van de klachten, worden tijdens de operatie voor de zekerheid kweken afgenomen. Als hieruit blijkt dat onverhoopt tóch bacteriën betrokken zijn bij het probleem, zal alsnog met een intensieve antibioticakuur worden gestart.

 

Girdlestone-operatie

 

Soms leiden al te grote risico's ertoe dat grote hersteloperaties moeten worden afgeraden. In die gevallen kan soms het verwijderen van alle prothesecomponenten (zonder terugplaatsing dus) nog een oplossing bieden. Dit heet een Girdlestone-operatie. Deze ingreep is genoemd naar een Engelse orthopedisch chirurg die de mogelijkheden van deze operatie beschreef, nog voordat er succesvolle heupprothesen bestonden. Doordat de prothese bij deze operatie wordt verwijderd, is er hierna dus geen heupkop meer aanwezig. Als gevolg hiervan komt het stuk bovenbeen, waar de prothese in heeft gezeten, tegen de buitenkant van het bekken te liggen, juist boven de heupkom. Hiertussen vormt zich een bindweefsellaag, dat de mogelijkheid van beweging biedt. Dit gaat echter wel ten koste van ongeveer 5 centimeter beenlengte. Het is mogelijk om hierop te steunen, maar meestal is hier wel een loopsteun voor nodig.

 

Onvoorziene omstandigheden

 

Voorafgaand aan een hersteloperatie wordt altijd een zo nauwkeurig mogelijk plan gemaakt. Een lastig punt is dat er altijd rekening mee moet worden gehouden dat er tijdens de operatie onvoorziene omstandigheden kunnen optreden. Een duidelijk losse prothese kan er soms maar erg lastig uit gaan. Ook kan blijken dat een prothesedeel dat tevoren goed vast leek te zitten, tòch los zit. Dit moet dan natuurlijk ook vervangen kunnen worden. Ook het rekening houden met deze situaties maakt onderdeel uit van het plan dat van tevoren zoveel mogelijk met u wordt besproken. Echter niet alle situaties zijn te voorspellen. Daarom rekenen we erop dat u ons vertrouwt om tijdens de ingreep naar deskundigheid te handelen om tot een voor u optimale oplossing te komen.

 

Exacte getallen over deze verschillende hersteloperaties, ook wel revisies genoemd, zijn te vinden in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (www.lroi.nl).

 

Complicaties

 

Zoals gezegd is de behandeling van een problematische heupprothese maatwerk. De operatierisico's nemen toe met het stijgen van de leeftijd en de aanwezigheid van andere ziektes. De operatierisico's bij een hersteloperatie zijn ook duidelijk groter dan bij de eerste operatie. Hier zijn verschillende redenen voor.

 

Het opereren door littekenweefsel (als gevolg van de eerste operatie) heen maakt dat de weefselstructuren niet meer zo goed te herkennen en los te maken zijn. Ook is de wondgenezing in littekenweefsel niet zo goed als bij 'gezond' weefsel. De risico's op infectie, bloedverlies, bloedvat- en zenuwschade en luxatie (uit de kom schieten) zijn dus groter.

 

Er is ook minder botweefsel aanwezig als er al eerder een prothese is geplaatst. Dit bot heeft bovendien een wat minder voorspelbare sterkte. Soms is het nodig om èxtra bot te verwijderen om een losse prothese uiteindelijk verwijderd te krijgen. Dit zou er zelfs toe kunnen leiden dat er een onverwachte botbreuk optreedt. Soms moet er een groot botluik in het bovenbeensbot worden gemaakt, om zo de prothesesteel op gecontroleerde wijze te kunnen verwijderen. Dit leidt er dan wel toe dat de ingreep langer duurt en dat de belastbaarheid direct na de operatie beperkt kan zijn.

 

Hersteloperaties voor sommige specifieke problemen hebben aanmerkelijk hogere risico's. Als een instabiele heupprothese wordt gereviseerd, schiet die ook ná deze operatie gemiddeld vaker uit de kom. Als een heupprothese wordt gereviseerd vanwege een infectie, is ook ná deze operatie de kans op infectie groter dan gemiddeld.

 

Revalidatie en herstel

 

Na de operatie begint u zo snel mogelijk met uw revalidatie. Na kleinere hersteloperaties kunt u, net als bij de eerste heupprotheseplaatsing, de eerste dag al uit bed. Na grotere hersteloperaties kan dit niet altijd. Een vuistregel is dat het herstel twee keer zo lang duurt als na de eerste heupprotheseplaatsing: 3 tot 6 maanden dus in plaats van 6 weken tot 3 maanden. Ook is het geopereerde been niet altijd meteen volledig belastbaar.

 

De in de paragraaf 'Symptomen' al genoemde vragenlijsten (PROM's) zullen we ook tijdens de herstelfase op gezette tijden door u laten invullen. Op deze manier kan uw herstel goed in de gaten worden gehouden. Door het delen van deze informatie kunt u bovendien ook toekomstige patiënten van nut zijn. Hiermee is namelijk een nog duidelijker beeld te geven van wat men mag verwachten na een hersteloperatie.