Letsel van de wervelkolom 

Gebroken wervel 

Bent u hard op uw rug of nek gevallen? Heeft u pijn in uw nek en/of rug na een ongeluk, bijvoorbeeld een verkeersongeluk? Heeft u uw rug of nek gebroken? Soms is het verstandig of zelfs noodzakelijk om een gebroken rug of nek met een operatie te stabiliseren. Orthopedie Groot Eindhoven heeft hierin gespecialiseerde orthopedisch chirurgen. U kunt met een verwijzing van uw huisarts een afspraak maken of zich via de Spoedeisende Hulp melden.

Meer weten? Hier vindt u aanvullende informatie:

Folder Gebroken Rugwervel Catharina Ziekenhuis

Folder Haloframe Catharina Ziekenhuis

Filmpje minimaal invasieve techniek fixatie (bijv. bij wervelfractuur)

Filmpje minimaal invasieve techniek stent met cement (bijv. bij wervelfractuur)

Specialisten voor de Wervelkolom: 

Aandoening en mogelijke behandelingen 

Redenen om een letsel van de wervelkolom te opereren

 

Er kan een aantal redenen (indicaties) zijn om de operatie te doen. Voorbeelden hiervan zijn:

 

  • instabiliteit
  • een vernauwing van het wervelkanaal (dit is het kanaal waar het ruggenmerg doorheen loopt), met daardoor dreigend ruggenmergletsel (dwarslaesie)
  • zenuwbeknelling met daardoor uitvalsverschijnselen (uitstralende pijn, gevoels- en/of krachtsverlies)
  • (gedeeltelijke) dwarslaesie
  • scheef ingezakte wervel(s)

 

Uw behandelend orthopedisch chirurg zal u uitleggen wat bij u de reden is voor de operatie.

 

Diagnostiek

 

Meestal zullen röntgenfoto's van uw nek/rug worden gemaakt. Daarnaast kan het nodig zijn om een CT-scan en/of MRI-scan te maken.

 

Behandeling

 

Veel letsels aan de wervelkolom kunnen conservatief worden behandeld, dat wil zeggen zónder operatie. Hierbij kan het soms veilig en/of wenselijk zijn om een uitwendige stabilisatie aan te brengen. Dit kan een brace, kraag of (gips)corset zijn.

 

Bij de nek kan soms een zogenaamd "haloframe" worden aangebracht. Dit is een uitwendige ringconstructie die met schroefpinnen aan de schedel wordt bevestigd. Deze ringconstructie kan vervolgens worden bevestigd aan een aan te brengen vest. Hiermee is de nek dan uitwendig gestabiliseerd. Zie voor meer informatie de folder Haloframe (zie bovenaan deze pagina).

 

Soms is het nodig een operatieve stabilisatie uit te voeren.

 

Operatie

 

De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie, dat wil zeggen dat u onder narcose zult gaan. De anesthesist zal dit vooraf met u bespreken.

 

De rug en de nek kunnen van voren of van achteren worden geopereerd of zelfs allebei. Meestal volstaat het om van achteren te opereren. In de rug kan vaak zelfs een zogenaamde "minimaal invasieve" operatie worden uitgevoerd, waarbij met behulp van een röntgenapparaat via kleine sneetjes de schroeven en staafjes kunnen worden geplaatst. Soms kan aanvullend een Cementplastiek worden uitgevoerd.

 

Uw orthopedisch chirurg zal u uitleggen welke operatie bij u zal worden uitgevoerd en waarom.

 

Indien er sprake is van neurologische verschijnselen (zenuwuitval), zal de operatie kunnen worden uitgevoerd door de orthopedisch chirurg sámen met de neurochirurg.

 

Mogelijke complicaties en risico’s

 

U kunt er van uitgaan dat de operatie met grote zorgvuldigheid zal worden uitgevoerd. Desondanks is de kans op complicaties aanwezig. Hieronder staan de mogelijke complicaties en risico’s op een rij:

 

Nabloeding

De kans hierop is de eerste dagen na de operatie het grootst. Na de operatie zal uw wond daarom regelmatig worden gecontroleerd.

 

Beschadiging van de zenuw

Dit treedt slechts zelden op ten gevolge van de operatie, maar kan aanleiding geven tot (extra) pijn, krachtsverlies en/of gevoelsstoornissen. Indien vantevoren reeds zenuwbeschadiging aanwezig was, kan herstel al dan niet optreden. De herstelduur kan variëren van weken tot maanden.

 

Wondinfecties

Wondinfecties kunnen na elke operatie voorkomen en in het bijzonder bij lange operaties en bij operaties waarbij lichaamsvreemd materiaal (schroeven, staafjes, cages, e.d.) wordt ingebracht. Om een wondinfectie te voorkomen krijgt u tijdens en soms ook ná de operatie antibiotica toegediend.

 

Trombose en longembolie

Bij trombose ontstaan er bloedstolsels in de bloedvaten. Als bloedstolsels een bloedvat afsluiten, ontstaat een embolie. Het weefsel dat door dit bloedvat hoort te worden voorzien van zuurstof, krijgt dan te weinig bloed. Hierdoor kan schade aan dat weefsel ontstaan. Tijdens uw ziekenhuisopname krijgt u één keer per dag bloedverdunnende medicijnen toegediend via een klein spuitje. Indien u aan de rug bent geopereerd, moet u dit tot zes weken na de operatie doen. Veelal gaat het om een klein spuitje dat u, eenmaal thuis, zichzelf één keer per dag moet toedienen.

 

Lekkage van hersenvocht

Rondom de hersenen bevindt zich vocht, afgeschermd door een vlies (dura mater). Het vlies loopt door tot de onderste lendenwervels. Een beschadiging hiervan kan lekkage van hersenvocht veroorzaken. Dit kan gepaard gaan met hoofdpijn en in het ergste geval een hersenvliesontsteking. Gelukkig komt dit zelden voor.

 

Materiaalbreuk

Een enkele keer kan een schroef of staaf breken. Vaak gaat dit samen met toenemende pijnklachten, maar soms blijven patiënten klachtenvrij. Oorzaken voor materiaalbreuk kunnen zijn: niet-genezende wervels, onvoldoende stevigheid van de constructie.

 

Problemen in onder- of bovenliggende wervels of tussenwervelschijven

Bij de operatie wordt een gedeelte van de rug- of nekwervelkolom gestabiliseerd (aan elkaar vastgezet). Hierdoor worden de krachten op de boven- en ondergelegen wervels en tussenwervelschijven groter. Er bestaat een vergrote kans op (slijtage)problemen op middellange en lange termijn na de operatie. Ook kunnen door een standsverandering van een bepaald gedeelte van de wervelkolom pijnklachten in een ander gedeelte van de wervelkolom optreden.

 

Revalidatie en herstel

 

Na de operatie zult u tenminste één nacht, en vaak enkele nachten, in het ziekenhuis blijven. De dag na de operatie zullen ter controle röntgenfoto's van de rug/nek worden gemaakt. Uw orthopedisch chirurg spreekt met u af of u na de operatie onbeschermd mag mobiliseren (zitten, staan en lopen) of dat u tijdelijk een brace, nekkraag of (gips)corset nodig heeft. Zodra uw conditie het toelaat, mag u rondlopen op de afdeling. Dit gebeurt in het begin altijd onder begeleiding van de fysiotherapeut of verpleegkundige. De vooruitgang van het bewegen wordt beïnvloed door uw activiteiten: hoe beter u oefent, hoe beter het resultaat kan zijn.

 

Na de operatie mag u tenminste zes maanden niet zwaar tillen of zwaar lichamelijk werk/sport doen.

 

Controleafspraken

 

Na twee en zes weken wordt u teruggezien op onze polikliniek. Tijdens de eerste controle wordt u gezien op onze polikliniek door de arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant. Uw wond wordt gecontroleerd en eventuele hechtingen worden verwijderd. De tweede controle vindt plaats bij uw orthopedisch chirurg waarbij er vantevoren röntgenfoto’s worden gemaakt.