Klompvoet 

Is uw kindje geboren met een afwijkende stand van één of beide voeten? Is bij een echo tijdens de zwangerschap een afwijking aan de voet(en) gezien? Mogelijk heeft uw baby een klompvoet ('club foot'). Wij zijn een gespecialiseerd èn gecertificeerd klompvoetcentrum. Voor het aanmelden van nieuwe patiëntjes met klompvoetjes is er geen wachttijd!

Aanmelden kan via:

  • Máxima MC, locatie Veldhoven: tel. 040-8888620 (centrale telefonist: hij/zij kan doorverbinden naar de gipskamer)
  • Catharina Ziekenhuis, Eindhoven: tel. 040-2399650 (gipskamer)

 

Hieronder kunt u alle benodigde informatie over de klompvoet vinden.

Meer weten? Hier vindt u aanvullende informatie:

Folder Klompvoet Máxima Medisch Centrum

Folder Achillespeesverlenging bij kinderen Máxima Medisch Centrum

Folder Standverandering van de voet Máxima Medisch Centrum

Ponseti gipsmethode (deel 1 van 2)

Ponseti gipsmethode (deel 2 van 2): ouders vertellen hun ervaringen

Specialisten Kinderorthopedie: 

Aandoening en mogelijke behandelingen 

Algemene informatie

 

De klompvoet is een aangeboren voetafwijking. Per jaar worden in Nederland tussen de 210 en 280 kinderen met een klompvoet geboren. Ongeveer de helft van deze kinderen heeft twéé klompvoeten. De klompvoet komt twee keer zoveel bij jongens als bij meisjes voor. Meestal wordt de diagnose al tijdens de zwangerschap, namelijk bij de 20 wekenecho, gesteld.

 

Bij een klompvoet is er sprake van een combinatie van vier afwijkingen:

  • De voet is naar binnen gedraaid (dit heet: adductie van de voet)
  • De voet staat in spitsstand, dus naar beneden gericht (equinus)
  • De voet is een holvoet (cavus)
  • De achtervoet wijst naar binnen (varus)

 

Deze combinatie van afwijkingen heeft de zo kenmerkende stand van de klompvoet als resultaat. Deze stand lijkt op de vorm van een golfclub. De Engelse naam daarvoor is ‘club foot’. In het Nederlands is dat eens vertaald als ‘klompvoet’.

Oorzaken

 

Het is niet exact bekend waardoor voet en onderbeen vergroeien tot een klompvoet. Het heeft waarschijnlijk te maken met de aanleg en de stand/positie van botten, pezen, spieren en gewrichtsbanden. Erfelijkheid speelt er ook een rol bij.

 

Diagnostiek

 

De diagnose klompvoet wordt meestal op één van de volgende twee momenten gesteld:

 

Tijdens de zwangerschap

 

De meeste (aanstaande) ouders laten bij 20 weken zwangerschap een echo maken. Daarbij kan duidelijk worden dat een kindje één of twee klompvoeten heeft. Meestal volgt dan nog een nieuwe, medische, driedimensionale echo. Als die echo bevestigt dat het kindje een klompvoet heeft, wordt een afspraak gemaakt met de (kinder)orthopedisch chirurg voor een gesprek.

 

Bij de geboorte

 

Soms wordt de klompvoet pas bij de geboorte gezien, door de verloskundige, gynaecoloog en/of kinderarts. De (kinder)orthopedisch chirurg wordt dan gebeld en hij zal met lichamelijk onderzoek de definitieve diagnose stellen.

 

Voor de diagnose is slechts zelden een röntgenfoto nodig.

 

Behandeling

 

De behandeling van klompvoeten is in Nederland in handen van gespecialiseerde (kinder)orthopedisch chirurgen, in samenwerking met daartoe opgeleide gipsverbandmeesters. Samen vormen zij een klompvoetbehandelteam. Orthopedie Groot Eindhoven is gespecialiseerd in de klompvoetbehandeling. Zowel het Catharina Ziekenhuis als het Máxima MC, locatie Veldhoven, zijn gecertificeerd als klompvoetcentrum. Dit certificaat is afgegeven door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV).

 

De behandeling van een klompvoet verloopt volgens de Ponseti-methode. Deze methode is vernoemd naar de Spaanse dokter die deze methode ontwikkelde: Ignacio Ponseti (1914-2009). De start van de behandeling is het liefst binnen 48 uur na de geboorte. Indien dit niet mogelijk is, start de behandeling zo snel als mogelijk daarna. Een latere start hóeft niet direct negatieve gevolgen voor het eindresultaat te hebben.

 

De Ponseti-behandeling bestaat uit:

  • Correctie van de voetstand met gipsverbanden
  • Achillespeesverlenging
  • Voetbrace

 

Correctie van de voetstand met gipsverbanden

 

De (kinder)orthopedisch chirurg en/of de gipsverbandmeester verandert de positie van de voet steeds een heel klein beetje. Een gipsverband vanaf de teen tot aan de lies zorgt ervoor dat botten, spieren, pezen en banden zich naar de nieuwe positie vormen. Het gipsverband is gemaakt van wit kalkgips en dus niet van kunststof. Elke 4 tot 7 dagen krijgt uw kind in het ziekenhuis een nieuw gipsverband, waarbij het onderbeen en de voet steeds meer in de gewenste positie komen. Als uw kind twee klompvoeten heeft, worden deze tegelijkertijd behandeld. Meestal zijn 5 of 6 van deze opvolgende gipscorrecties voldoende. Soms zijn er echter meer nodig.

Achillespeesverlenging

 

Als er na meerdere gipsverbanden voldoende correctie is behaald, is vaak een verlenging van de achillespees nog nodig. Hierbij maakt de (kinder)orthopedisch chirurg onder plaatselijke verdoving een sneetje in de achillespees. Dat is de pees aan de achterzijde van de hiel. Deze pees verbindt de kuitspieren met de hiel. Bij een klompvoet is de achillespees te kort en niet voldoende rekbaar. Hierdoor houdt de pees de gewenste verandering tegen. Als de arts de achillespees doorsnijdt, krijgt de voet de ruimte om in de juiste stand van minimaal 90 graden te komen.

 

Na het verlengen van de achillespees wordt een nieuw gipsverband aangelegd voor de duur van drie weken. De achillespees herstelt zich volledig in de weken dat het been is gegipst en voegt zich naar de nieuwe, goede stand. Achter op de hiel van uw kind blijft een klein streepje als litteken zichtbaar.

Voetbrace

 

Na dit laatste gipsverband krijgt uw kind een voet-abductiebrace die de voeten in de juiste positie houdt. Beide voeten zitten met schoentjes vast op een beugel. Dit is ook het geval als uw kind maar één klompvoet heeft. De eerste 3 maanden draagt uw kind deze brace dag en nacht. Daarna alleen nog tijdens het slapen, zowel ‘s nachts als overdag (ongeveer 14 uur per etmaal). Deze brace wordt gedragen tot de vierde verjaardag. Doordat uw kind groeit, zal het geregeld nieuwe braceschoentjes moeten krijgen. Het ziekenhuis zal dit regelen.

 

Het is uitermate belangrijk dat u de brace consequent blijft gebruiken zoals u is geadviseerd. Hierbij is het ook belangrijk dat u de brace nauwkeurig aantrekt bij uw kind en dat de brace precies past. Dus als u merkt dat de brace kapot is, dat uw kind blaartjes op de huid krijgt, dat de brace ergens knelt of juist te ruim zit of als u iets anders opvalt, neemt u dan contact op met de behandelend arts.

Controles daarna

 

Na de vierde verjaardag van uw kind is de bracebehandeling klaar. De (kinder)orthopedisch chirurg maakt afspraken met u voor nacontroles. Deze controles vinden jaarlijks plaats tot uw kind is uitgegroeid. Meestal is dat bij een leeftijd van 17 of 18 jaar. Wanneer u vragen heeft of merkt dat de situatie bij uw kind verandert, is de behandelend (kinder)orthopedisch chirurg uw aanspreekpunt.

 

Praktische opmerkingen/tips

 

  • Het been wordt ingegipst met een gebogen knie. Luiers verschonen blijft gewoon mogelijk.
  • Net aangebracht gips is nat. Het droogt onder andere door de lichaamswarmte van uw kind. Daardoor kan uw kind het koud krijgen. Houdt hier rekening mee.
  • Het gips mag niet nat worden, want dan wordt het zacht. Daarom mag uw kind thuis niet in bad. Op de gipswisseldagen kunt u uw kind in het ziekenhuis badderen. Het klompvoetbehandelteam zorgt dat er een kinderbadje beschikbaar is.
  • Na het gipsen kunt u uw kind rustig voeden. Het klompvoetbehandelteam zorgt dat er een geschikte gelegenheid voor is.
  • Door het gipsverband zijn eventueel grotere sokken nodig om de ingegipste voeten warm te houden.
  • Ook wijde broeken in een grotere maat maken het aankleden en warm houden makkelijker.
  • Door het gipsverband is uw kind zwaarder. U kunt de hoogte van de commode en het kinderbedje zo aanpassen, dat u zo min mogelijk hoeft te bukken. Zo ontziet u uw rug.
  • Een kind met de benen in het gips past meestal gewoon in een kinderwagen en in een autostoeltje.

 

Operaties

 

Er is vrijwel nooit noodzaak tot een operatie binnenin de voet, zelfs niet bij een ernstige klompvoet. Wel moeten ouders er bij een ernstige klompvoet rekening mee houden dat de behandeling wellicht langer zal duren. Daarnaast is er bij deze ernstigere klompvoetjes een grotere kans op (gedeeltelijke) terugval. Het is (daarom) heel belangrijk dat uw kind tot het vierde jaar de voet-abductiebrace blijft gebruiken.

 

Soms zijn er wel aanvullende operaties nodig, maar dan meestal aan de buitenkant van de voet. Dit betreft dan operaties die de voetstand ondersteunen, zoals peesverleggingen of een herhaalde achillespeesverlenging. Daarnaast moet soms bij de oudere kinderen met restafwijkingen (bijvoorbeeld na eerdere operaties uit het verleden) een groeiplaatje worden geplaatst op de voorzijde van het onderbeen. Hiermee kan de stand van het enkelgewricht worden beïnvloed.

 

Herstel en prognose

 

Een klompvoet "geneest" niet, maar is wel te corrigeren. De Ponsetibehandeling heeft bij meer dan 90% van de kinderen als resultaat dat:

  • de stand van hun voet(en) neutraal is, plat op de grond
  • ze hun voet(en) volledig en pijnloos kunnen belasten
  • ze confectieschoenen kunnen dragen
  • ze geen beperkingen hebben in hun dagelijks leven

 

Verreweg de meeste kinderen ontwikkelen zich als andere kinderen en kunnen de recreatieve activiteiten doen die ze willen. Hun lichamelijke ontwikkeling is niet of nauwelijks anders. Hij/zij leert bewegen, lopen en spelen als ieder ander kind. Bij twijfel hierover, bij pijn of bij andere klachten mag u altijd contact opnemen met uw (kinder)orthopedisch chirurg.

 

Klik hier voor de nationale richtlijn klompvoetbehandeling.