Gebroken pols 

Heeft u uw pols gebroken? Wij willen u graag helpen om een zo goed mogelijke genezing te krijgen. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. Hierbij zullen we rekening houden met uw wensen, de soort breuk, uw activiteitenniveau en de risico's. Soms zal een gipsbehandeling de beste keuze blijken; soms een operatie. Orthopedie Groot Eindhoven heeft hierin gespecialiseerde orthopedisch chirurgen. Ons streven is om u zo goed mogelijk te begeleiden.

Meer weten? Hier vindt u aanvullende informatie:

Folder Verwijderen van bevestigingsmateriaalna een botbreukoperatie Catharina Ziekenhuis

Folder Operatief verwijderen van osteosynthesemateriaal Máxima Medisch Centrum

Specialisten voor Traumatologie: 

Aandoening en mogelijke behandelingen  

Algemene informatie

 

De pols is het gewricht dat wordt gevormd door de handwortelbeentjes in de hand en de twee onderarmbotten: het spaakbeen en de ellepijp. Bij een gebroken pols is er een breuk van het spaakbeen, de ellepijp of beide botten nabij de pols. Soms betreft het alleen een scheurtje in het bot, maar vaak is er verplaatsing van de botstukken. Een gebroken pols is één van de meest voorkomende botbreuken. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier beschreven.

 

Oorzaken

 

Meestal ontstaat een gebroken pols door een val of ander ongeluk.

 

Diagnostiek

 

Meestal volstaat het om röntgenfoto's te maken. Bij complexe breuken kan het nodig zijn om een CT-scan te maken.

 

Behandeling

 

Niet-operatieve behandeling

 

Als er geen belangrijke verplaatsing van de botstukken is, kan worden volstaan met een gipsbehandeling. U krijgt dan een gipsverband aangelegd. In het begin is dit eigenlijk altijd een spalk (niet-rondom). Na één of twee weken kan dit worden gewisseld voor een, vaak lichter, circulair (rondom aangelegd) gipsverband. Dit is dan meestal van kunststof in plaats van kalkgips.

 

Als de botstukken te veel zijn verplaatst, dan moet de pols eerst worden “gezet” (teruggeplaatst). Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving door in het gebied van de breuk verdovingsvloeistof in te spuiten. Deze verdoving werkt ongeveer één uur. Na het zetten van het bot wordt een gipsspalk aangelegd en wordt een röntgenfoto gemaakt om te controleren of de juiste stand is bereikt. Als een juiste stand niet wordt bereikt kan soms een operatie nodig zijn.

 

Operatieve behandeling

 

Als er teveel verplaatsing van de botstukken is en/of de breuk te instabiel is, kan worden gekozen voor operatieve behandeling. De pols kan worden geopereerd vanaf de handpalmzijde, maar ook vanaf de handrugzijde. Meestal wordt de pols gerepareerd met een metalen plaatje en schroeven, maar soms ook met pinnen. Uw orthopedisch chirurg zal u uitleggen welke behandeling bij u nodig is.

 

Revalidatie en herstel

 

U gaat naar huis met een draagdoek of -band (mitella of sling), zodat de arm rust krijgt. Deze draagdoek kan 's nachts af. Om uw arm dan toch rust te geven kunt u deze op een kussen leggen. Indien nodig zult u een recept voor pijnstillers meekrijgen. U krijgt een afspraak voor controle op de polikliniek orthopedie.

 

Bij een gipsbehandeling wordt bij deze controleafspraak vaak het gips gewisseld voor een nieuw gips. Soms worden dan ook nog röntgenfoto's gemaakt. De duur van de gipsbehandeling is afhankelijk van het soort breuk en varieert van 4 tot 6 weken. Als er een operatie heeft plaatsgevonden kan er vaak een kortere gipsbehandeling worden gegeven. Als bij de controle blijkt dat de botdelen onvoldoende zijn vastgegroeid, kan langer worden doorgegaan met de gipsbehandeling.

 

Mogelijke complicaties en risico's

 

Infectie

Dit is een complicatie die na operatie kan voorkomen. Een wondinfectie is een vervelende complicatie. De kans hierop is gelukkig klein. Om infecties te voorkomen, zult u rond de operatie antibiotica krijgen toegediend.

 

Verplaatsing van de botstukken

Er bestaat een kans dat de botstukken na enkele dagen alsnog of opnieuw verplaatsen of dat bij de volgende poliklinische controle blijkt dat de breuk niet meer goed staat. In die gevallen moet de pols meestal worden geopereerd.

 

Vertraagd of niet vastgroeien van het bot

Meestal is dan een langere gipsbehandeling nodig. Als het bot helemaal niet wil vastgroeien, is soms een uitgebreide (her)operatie nodig.

 

Dystrofie

Er is een kans op het ontstaan van een posttraumatische dystrofie (complex regionaal pijnsyndroom: CRPS-1). Dit is een ziektebeeld dat gepaard gaat met pijn, zwelling en verkleuring van de hand en vingers. Als dit probleem lijkt te ontstaan, is het van belang dat een aangepaste behandeling snel wordt gestart.

 

Revalidatie en herstel

 

U moet er rekening mee houden dat u meer dan 6 weken nodig heeft, voordat u de pols weer redelijk goed kunt gebruiken. Volledig normaal en pijnvrij gebruik van de pols zal meestal pas na 3 maanden worden bereikt. Soms kan na de gipsbehandeling hulp van een fysiotherapeut nodig zijn. Op het moment dat U uit het gips komt, begint uw revalidatie pas.